De Grote Kerk te Vlijmen
De Grote Kerk in Vlijmen getuigt van meer dan achthonderd jaar geschiedenis. De exacte stichtingsdatum is onbekend. De eerste documentatie over de kerk en haar bezittingen stamt uit 1285. Gewijd aan Johannes de Doper, was deze kerk van oudsher het hart van de parochie.
De oudste delen van de huidige kerk zijn de toren en delen van de zuidmuur. In de toren zit aan de noordkant een gotisch raam, maar aan de binnenkant is de opening nog romaans.
De toren was destijds veel lager. Aan de zuidmuur, waar vandaag de dag nog steeds de een klein ‘vrouwenpoortje’ zichtbaar is, waren vroeger enkele kleine ramen geplaatst. In die tijd was de kerk een plek waar mensen zich verzamelden voor hun dagelijks leven en geloof. Er werden altaren gewijd aan Maria en Sint-Catharina; deze heiligen geven een blik op de vrome wereld waarin de bewoners leefden.

In juli 1543 trok Maarten van Rossum, een beruchte veldheer die diende onder de Franse koning, door de Nederlanden. Zijn troepen legden de kerk van Vlijmen in de as. Slechts de robuuste torenromp en een stukje van de zuidmuur bleven overeind.
Het jaar daarop, in 1544, begon de wederopbouw. Omdat er geen geld was, werden alle kerkelijke goederen verkocht: landerijen, renten, alles.
Met dit geld werd een nieuwe kerk gebouwd: een kruiskerk met een groot koor. De toren werd fors verhoogd met 6,5 meter om een mooi evenwicht te krijgen met het nieuwe, grotere kerkgebouw. De oude galmgaten van de toren werden dichtgemetseld en vervangen door nieuwere openingen hoger op. Het koor werd afgesloten met een driehoekige vorm, en aan de noordkant werd een zijbeuk aangebouwd. Door de aanzienlijke omvang kreeg dit gebouw de naam Grote Kerk – een naam die het tot op de dag van vandaag voert.
Helaas was de rust na de herbouw van 1544 van korte duur. De kerk werd meermalen het toneel van militaire acties. Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog werd de kerk tijdens het beleg van Heusden beschadigd. Maar de meest verwoestende gebeurtenis vond plaats in 1587. Philips graaf van Hohenlo, die troepen leidde tegen de Spanjaarden, richtte zijn kanonnen op Vlijmen. De Spanjaarden hadden zich verschanst in en rondom de kerk. Hohenlo beschoot het gebouw tot de kerk in brand vloog. Opnieuw bleef er bijna niets over: slechts de muren en een deel van de toren bleven staan.
In 1594, na zoveel verlies, begon men opnieuw. Maar het dorp was arm gemaakt door de jarenlange oorlogen en hoge belastingen. Men kon geen volledig koor of zijbeuken betalen. De kerk werd herbouwd zonder het kruiskoor. Het interieur was functioneel, maar het gebrek aan fondsen betekende dat de kwaliteit minder goed was dan ervoor, wat resulteerde in veel onderhoudskosten in de jaren die volgden.
Een belangrijke verandering vond plaats in 1610. Op last van de Staten van Holland ging de kerk over naar de Hervormden. In 1611 werd Gijsbert Voet, die zichzelf Voetius noemde, de eerste predikant van de nieuwe gemeente. In 1612 werd voor het eerst het Heilig Avondmaal gevierd volgens de nieuwe geloofsrichting, samen met 34 gemeenteleden, en werd een kerkenraad gevormd.

In de decennia die volgden, werd het interieur langzaam ingericht zoals we dat van gereformeerde kerken uit die tijd kennen. In 1633 kwam er een tafel voor het avondmaal, en in 1639 hing er een prachtige koperen kroon (lantaarn) aan het plafond. In 1646 werd de preekstoel in gebruik genomen, vanwaar Ds. Mattheus Ludovicus voor het eerst preekte. Rond die tijd kwamen er ook kerkbanken, zodat niet iedereen meer op de koude steenvloer hoefde te zitten. In 1659 werden vier tekstborden gemaakt met het Credo, het Onze Vader, een paar bijbelteksten en de Tien Geboden.
Nogmaals werd de kerk zwaar getroffen. In de zomer van het Rampjaar 1672, tijdens de oorlog met Frankrijk, trokken Franse troepen door Brabant. De kerk werd door geschut beschoten en viel grotendeels in puin. Gelukkig was er solidariteit: andere gereformeerde kerken in Holland schonken geld en hulp om de kerk weer te herstellen. Tijdens deze wederopbouw werd de kerk zelfs verfraaid met glas-in-loodramen.
In 1719 raakte de toren opnieuw in de problemen toen hij afbrandde. De klokken gingen verloren. De staatsgemeente maakte echter snel gebruik van een lening om de toren te herstellen en twee nieuwe klokken te laten gieten door de gieters Jean en Joseph Petit. In 1943 werden ze door de Duitsers worden buitgemaakt.
In 1722 kreeg de toren zijn huidige uiterlijk. De gemeente gaf opdracht om een ingesnoerde, achtzijdige spits te plaatsen.
Tegelijkertijd veranderde de relatie tussen kerk en pastorie. Langer dan gebruikelijk bestond er discussie over de locatie van de pastorie, die tot dan toe aan ‘den papensteeghe’ stond. Uiteindelijk, in 1759, werd een nieuwe pastoriewoning gebouwd op de fundamenten van het oude koor dat in verval was geraakt. Omdat de bouwplannen jarenlang vertraging hadden opgelopen door bureaucratische procedures, kreeg het huis de bijnaam “Huis der Zuchten”. De eerste bewoner was Ds. Benjamin Buijs.
Omdat de nieuwe pastorie direct naast de kerk lag, moest er in 1760 ingrijpende verbouwing plaatsvinden. De zijbeuk en de koorsluiting werden gesloopt om de pastorie ruimte te geven. De kerk kreeg een nieuwe kap, nieuwe balken en een nieuwe indeling. De gotische doorgang tussen kerk en toren werd dichtgemetseld en kreeg een simpele houten deur. De oostelijke muur kreeg twee nieuwe ramen. Op 19 oktober 1760 werd de kerk opnieuw in gebruik genomen.
In de jaren daarna werd het interieur verder rijker. Er kwamen speciale banken voor de magistraat en de heer van Vlijmen, versierd met wapenschilden en leuzen-inscripties als “Eendragt, Reede, Raed Beschermt Land En Staad”.
In 1795 begon de Franse Tijd. Dit bracht grote sociale veranderingen mee. Na 1798 werden er geen begrafenissen meer gehouden in de kerk zelf, wat een einde maakte aan een eeuwenoud gebruik. De toren en de klokken werden eigendom van de burgerlijke gemeente, een teken van de scheiding tussen kerk en staat die langzamerhand aan kracht won.
In 1808 werd de pastorie verbouwd tot een statig herenhuis. Omdat de oostmuur van de kerk moest dienen als westmuur van de nieuwe woning, werden de ramen in die muur dichtgemetseld.
In 1867 werd een schot geplaatst dat ongeveer één derde van de kerk afscheidde. Achter dit schot werd een consistorie ingericht en een klein orgel (een serafine) geplaatst achter een decoratief, maar niet-functioneel “loos” orgelfront.
Tussen 1940 en 1945 leed de kerk opnieuw zwaar onder oorlogsgeweld. De klokken werden op 14 januari 1943 door de Duitse bezetter weggehaald. Het dak werd diverse malen door granaattreffers beschadigd. In 1944 werd het dak geheel weggeblazen door oorlogshandelingen; de ramen werden dichtgespijkerd en het dak tijdelijk afgedekt met asfalt. Een explosie van een V1-bom vlakbij veroorzaakte extra schade door de schokgolf.
Na de bevrijding in 1945 begon een lang proces van herstel. In 1948 werd een plan opgesteld voor een grondige restauratie. Tijdens opgravingen, geleid door Ds. W.A. Poort, werden onverwachte ontdekkingen gedaan. Onder de vloer en in de tuin kwamen fundamenten van de oude kerk uit de 17e en 18e eeuw aan het licht. Deze vondsten gaven de geschiedenis van de kerk een nieuwe dimensie en maakten duidelijk hoe vaak het gebouw was herbouwd.
In 1951 begon de grondige restauratie. Het tussenschot werd verwijderd, waardoor de kerk weer een volledige ruimte werd. Het “loze orgelfront” werd verplaatst naar een nieuwe orgelgalerij. In 1952 werd het plaveisel vernieuwd en werden oude grafstenen zorgvuldig behandeld. In 1953 kregen de gelovigen houten stoelen met rieten zittingen, een cadeau van vluchtelingen uit Zeeland die na de watersnoodramp in Vlijmen onderdak hadden gevonden.
In de jaren zestig werd het interieur weer aangepast aan de groeiende behoefte van de gemeente. Eind 1966 werden de banken opnieuw gerangschikt. Op 4 november 1969 werd de kerk feestelijk heropend. Een hoogtepunt was de komst van een antiek orgel uit circa 1769, geschonken door de familie Philips uit Zaltbommel, dat op 7 november 1969 in gebruik werd genomen.
De grootste renovatie in recentere tijd vond plaats in 2007. Na drie jaar voorbereiding startten de werkzaamheden die tien maanden duurden. De kosten bedroegen € 324.000, gefinancierd door donateurs, leden en subsidies. Alle kozijnen werden vernieuwd, goten vervangen, de daken gerepareerd en het hele gebouw van buiten en binnen geverfd. De werkzaamheden waren net op tijd klaar voor Kerstmis 2007.

Een bijzonder moment in 2007 was het 200-jarig bestaan van de vereniging met de Hervormde Kerk van Hedikhuizen. De luidklok uit de in de oorlog verwoeste kerk van Hedikhuizen, die door de Duitsers was gevorderd maar gelukkig begraven was voordat hij werd omgesmolten, keerde terug naar Vlijmen. Gemeenteleden maakten een klokkestoel van wrakhout en gaven de klok een waardige plek in de kerkzaal.
In 2025, werd opnieuw groot onderhoud uitgevoerd. Aan de pastorie werd schilderwerk gedaan, isolerend glas en bestrijding van houtrot zorgden voor de levensvatbaarheid van het gebouw. In de zuidmuur van de kerk werden stenen vervangen en een deel van de muur werd opnieuw gevoegd. Bijzonder was de vondst van een granaatscherf in de zolder van de pastorietrap, een tastbare herinnering aan de bombardementen van 1944.



